Hup nieuwe kappen erop, andere kleur spuiten, sticker set er tegenaan en opvoeren dat ding. Wow! Niet slecht dat ik bij mezelf. Het had me heel wat middagen en spaargeld gekost maar ik had nu wel de vetste scooter van mijn vriendengroep in handen.
Inmiddels was het herfst toen mijn über dikke scooter klaar was. Wat voelde ik me goed als ik op dat ding reed, de koning te rijk.
Ik had hem op school geshowd en iedereen vond hem gaaf of
gaf minstens een jaloerse blik. Mission accomplished.
Nooit had ik gedacht dat ik op dag 2 al, omdat ik zo hard en
plat mogelijk door een bocht moest die vol natte bladeren lag, weer afscheid
kon nemen. Klap! Daar ging ik, vol onderuit, nul controle. Ik knalde met een
kilometer of 70 p/u met mijn knieën tegen de straat. Mijn scooter schoot van de
weg af, frontaal op een paal! Alle kappen op één kleintje na, stuk. Gescheurd,
versplinterd, niks meer. Mijn stuur krom, de lampen kapot, één grote ellende.
Ik stond op en zakte direct weer door mijn knieën, die waren nog niet bekomen
van de klap. Op het moment dat je wel wat hulp kan gebruiken, lijkt de wereld
ineens leeg. Die altijd zo drukke weg, verlaten.
Wat een gezicht moet dat zijn geweest, ik had al mijn rommel en vooral mezelf bij
elkaar geraapt. Met een rijdende kromme mini schroothoop en mijn benen vol
bloed, reed ik stapvoets naar huis.
Nu denk ik weleens, waarom moest dat toen toch altijd
allemaal perse zo hard en spannend mogelijk gaan. Aan de andere kant denk ik, ‘Ben
maar blij jongen’. Ik voel nog een keer aan mijn knie en bedenk me dat voor hetzelfde
geld ik hetgene had kunnen zijn dat tegen die paal aan was geknald.